De Wondere Wereld van Weerstand - Deel 2

Share

Vorige keer hebben we het gehad over de soorten motivatie en introduceerden we weerstand. In deze blogpost zullen we de verschillende soorten weerstand verder uitdiepen, geïllustreerd met herkenbare voorbeelden.

We starten met veronderstellingen verbonden met weerstand. Vaak nemen we dingen aan (soms over anderen) om onze weerstand te rechtvaardigen, we zeggen dingen zoals: het helpt toch niet, mijn partner begrijpt het niet, mijn geval is anders, het houdt vanzelf wel op.

We groeien op met overtuigingen en beperkende ideeën die er ons van weerhouden om te veranderen. Enkele van zo’n beperkende ideeën zijn: Sporten tijdens de werkuren dat doe je niet, veel proteïne is gewoon niet goed, het is niet goed zoals ik het doe. Zo’n dingen eten doet een mens niet, in mijn familie doen ze dat niet, dat is raar. Ik kan niet zonder dit of dat te eten (bv boterhammen in de ochtend), dat eten klaarmaken is veel te veel werk, gezond eten is te duur, het duurt te lang om dat te bereiken, ik geloof er niet in, zo ben ik niet, noem maar op.



WOOO-203

 

Vaak leggen we het excuus ook bij iemand anders: “ZE”. We geven onze macht uit handen en gebruiken het als excuus voor onze weerstand om te veranderen. Bijvoorbeeld: dit is niet de juiste omgeving, het is allemaal hun schuld, zij moeten eerst veranderen, zo gauw ik … krijg dan doe ik het, zij begrijpen mij niet, zo ben ik niet opgevoed.

We hebben opvattingen en ideeën over onszelf die ons beperken of ons ervan weerhouden om te veranderen. We zijn bijvoorbeeld te oud, te dik, te klein, te zwak, te onwaardig, te onervaren, te vastgeroest, misschien is het gewoon allemaal te veel om nog in mijn leven in te passen.

Onze weerstand uit zich vaak in tactieken om veranderingen uit te stellen – het gekende uitstelgedrag. We gebruiken excuses als: ik zal het straks doen, ik heb nu geen tijd, het zou me te veel tijd kosten. Dat is een goed idee ik zal het later doen. Ik heb te veel andere dingen om handen, ik zal er morgen over nadenken, zodra ik klaar ben met… zal ik het bekijken. Dit is niet het juiste moment, het komt te laat of te vroeg.

De noodzaak van enige verandering ontkennen is een vorm van weerstand die soms plots de kop kan opsteken gaandeweg een traject. We zeggen dan dingen als: er mankeert niets aan mij, ik kan niets aan dit probleem doen, vorige keer was ik ok, wat heeft het voor zin om te veranderen, als ik het probleem negeer verdwijnt het wel vanzelf.

Ver weg de grootste categorie van weerstand is de angst voor het onbekende, waardoor we volgende zaken beginnen denken: ik ben er nog niet aan toe, ik zou kunnen falen, ze zouden me kunnen afwijzen, ik weet niet genoeg, ik moet misschien voor altijd gaan veranderen. Het zou me geld kunnen kosten, ik heb daar nu niet genoeg geld voor. Ik wil niet dat iemand weet dat ik moeilijkheden heb, ik heb daar niet genoeg energie voor, het is te moeilijk. Ik word er toch niet volmaakt van, ik vertrouw niemand, ik ben niet goed genoeg.

 

WOOO-237

 

Hoe kan je dit nu doorbreken?

Veranderen heeft in de eerste plaats niets te maken met wilskracht of discipline. 

Wat we proberen los te laten uit ons leven is slechts een symptoom, een uiterlijk effect. Proberen om het symptoom te elimineren zonder te werken aan het oplossen van de oorzaak is zinloos. Zodra we de wilskracht en discipline die we ons hebben opgelegd weer loslaten, duikt het symptoom weer op.

Je moet naar het mentale gaan en uit de slachtofferrol stappen: ik ben bereid het patroon in mij, dat deze toestand creëert, los te laten. 

Iedere keer als je aan je ziekte of probleem denkt kan je dat zeggen en dan stap je uit de rol van slachtoffer. Je bent niet langer hulpeloos, je herkent je eigen kracht. Je begint te begrijpen dat je dit ergens gecreëerd hebt. 

Ik neem nu mijn eigen kracht terug en ik ga dit oude idee loslaten. Dat is wanneer de verandering écht in gang treedt!

 

Interessant? Laat van je horen door contact op te nemen, we helpen je graag ☺️.

Geïnspireerd door Louise L. Hay - Je kunt je leven helen.
Met grote dank aan Kathleen Hendrikx.